|
Hier is hulp van onschatbare waarde voor diegenen met een oprechte vastbeslotenheid om de geheel nieuwe werkelijkheid van het Leven te ontdekken die de Eeuwige Liefde van God is. Dit zijn de herhalingen van de eerste 50 lessen in Een Cursus in Wonderen. Het werkboek van de Cursus raadt aan dat je voor een periode van 10 dagen 5 lessen per dag herhaalt. Het is voor jou ook zeer goed mogelijk om op welk tijdstip dan ook een weldoordachte herhaling van alle 50 lessen in een tijdsduur van ongeveer 20 minuten te overwegen. Deze herhalingslessen zijn in een pocketboekje gezet die je kunt bestellen via de catalogus van een cursus in wonderen internationaal. LES 51
De herhaling van vandaag behandelt de volgende ideeën:
(1) Niets wat ik zie betekent iets. De reden waarom dit zo is, is dat ik niets zie en niets heeft geen betekenis. Het is noodzakelijk dat ik dit erken, opdat ik kan leren zien. Wat ik nu denk te zien, neemt de plaats in van visie. Ik moet dit loslaten door te beseffen dat het geen betekenis heeft, zodat visie daarvoor in de plaats kan komen. (2) Ik heb wat ik zie alle betekenis gegeven die het voor mij heeft. Ik heb alles waar ik naar kijk beoordeeld en dit, en dit alleen, is wat ik zie. Dit is geen visie. Het is slechts een illusie van de werkelijkheid, omdat mijn oordelen volledig los van de werkelijkheid zijn gevormd. Ik ben bereid het gebrek aan geldigheid van mijn oordelen te erkennen, omdat ik wil zien. Mijn oordelen hebben mij pijn gedaan en ik wil niet volgens hen zien. (3) Ik begrijp niets wat ik zie. Hoe zou ik kunnen begrijpen wat ik zie, wanneer ik het verkeerd beoordeeld heb? Wat ik zie is de projectie van mijn eigen denkfouten. Ik begrijp niet wat ik zie, omdat het niet te begrijpen valt. Het heeft geen zin om te proberen het te begrijpen. Maar er is alle reden om het los te laten en plaats te maken voor wat wel gezien, begrepen en bemind kan worden. Ik kan wat ik nu zie hiervoor inwisselen door eenvoudig daartoe bereid te zijn. Is dit niet een betere keuze dan die welke ik voorheen heb gemaakt? (4) Deze gedachten betekenen niets. De gedachten waarvan ik mij bewust ben, betekenen niets omdat ik probeer te denken zonder God. Wat ik ‘mijn’ gedachten noem, zijn niet mijn werkelijke gedachten. Mijn werkelijke gedachten zijn de gedachten die ik denk met God. Ik ben ze me niet bewust, omdat ik mijn gedachten heb gemaakt om hun plaats in te nemen. Ik ben bereid te erkennen dat mijn gedachten niets betekenen en ze los te laten. Ik kies ervoor ze te laten vervangen door wat zij wilden vervangen. Mijn gedachten zijn zonder betekenis, maar heel de schepping ligt in de gedachten die ik denk met God. (5) Ik ben nooit van streek om de reden die ik denk. Ik ben nooit van streek om de reden die ik denk, omdat ik voortdurend mijn gedachten probeer te rechtvaardigen. Ik probeer ze voortdurend waar te maken. Ik maak alles tot mijn vijand, zodat mijn woede gewettigd is en mijn aanvallen gerechtvaardigd zijn. Ik heb me niet gerealiseerd hoezeer ik alles wat ik zie heb misbruikt door het deze rol toe te kennen. Ik heb dit gedaan om een denksysteem te verdedigen dat mij pijn heeft gedaan en dat ik niet langer wil. Ik ben bereid het los te laten. LES 52
De herhaling van vandaag behandelt deze ideeën: (6) Ik ben van streek omdat ik iets zie wat er niet is. De werkelijkheid is nooit beangstigend. Het is onmogelijk dat ze mij van streek kan maken. De werkelijkheid brengt enkel volmaakte vrede. Wanneer ik van streek ben, komt dat altijd doordat ik de werkelijkheid heb vervangen door illusies die ik verzonnen heb. De illusies maken mij van streek, omdat ik ze werkelijkheid heb verleend en zodoende de werkelijkheid als een illusie beschouw. Niets in Gods schepping wordt op enigerlei wijze beïnvloed door deze verwarring van mij. Ik ben altijd van streek om niets. (7) Ik zie alleen het verleden. Wanneer ik om me heen kijk, veroordeel ik de wereld waarnaar ik kijk. Ik noem dit zien. Ik reken alles en iedereen het verleden aan, en maak ze tot mijn vijand. Wanneer ik mezelf heb vergeven en me herinnerd heb Wie ik ben, zal ik wie en wat ik ook maar zie, zegenen. Er zal geen verleden zijn en daarom ook geen vijand. En ik zal met liefde kijken naar alles wat ik voorheen niet zag. (8) Mijn geest is voortdurend bezig met voorbije gedachten. Ik zie alleen mijn eigen gedachten, en mijn geest is voortdurend bezig met het verleden. Wat kan ik dan zien zoals het is? Laat mij onthouden dat ik naar het verleden kijk om te voorkomen dat het heden in mijn denken begint te dagen. Laat me begrijpen dat ik de tijd probeer te gebruiken tegen God. Laat me leren het verleden weg te geven, in het besef dat ik zodoende niets opgeef. (9) Ik zie niets zoals het nu is. Als ik niets zie zoals het nu is, kan er werkelijk gezegd worden dat ik niets zie. Ik kan alleen zien wat nu is. De keuze is niet het verleden of het heden zien: de keuze is slechts zien of niet zien. Wat ik verkozen heb te zien, heeft mij visie gekost. Nu wil ik opnieuw kiezen, opdat ik mag zien. (10) Mijn gedachten betekenen niets. Ik heb geen privé-gedachten. Toch ben ik me alleen van privé-gedachten bewust. Wat kunnen deze gedachten betekenen? Ze bestaan niet en dus betekenen ze niets. Toch is mijn geest deel van de schepping en deel van haar Schepper. Zou ik niet liever willen meedoen met het denken van het universum, dan alles wat werkelijk van mij is te verduisteren met mijn armzalige en betekenisloze ‘privé-gedachten’? LES 53
Vandaag zullen we het volgende herhalen: (11) Mijn betekenisloze gedachten laten mij een betekenisloze wereld zien. Aangezien de gedachten waarvan ik mij bewust ben niets betekenen, kan de wereld die ze afbeeldt geen betekenis hebben. Datgene wat de voortbrenger is van deze wereld is krankzinnig en hetzelfde geldt voor wat zij voortbrengt. De werkelijkheid is niet krankzinnig en ik heb zowel werkelijke als krankzinnige gedachten. Ik kan daarom een werkelijke wereld zien, als ik vertrouw op mijn werkelijke gedachten als mijn gids om te zien. (12) Ik ben van streek omdat ik een betekenisloze wereld zie. Krankzinnige gedachten maken je van streek. Ze brengen een wereld voort waarin nergens orde is. Niets anders dan chaos regeert een wereld die chaotisch denken weergeeft, en chaos kent geen wetten. Ik kan niet in vrede leven in zo’n wereld. Ik ben dankbaar dat deze wereld niet werkelijk is en dat ik haar helemaal niet hoef te zien, tenzij ik ervoor kies haar waarde te verlenen. En ik kies er niet voor waarde te verlenen aan wat totaal krankzinnig en zonder betekenis is. (13) Een betekenisloze wereld veroorzaakt angst. Het totaal krankzinnige veroorzaakt angst, omdat het volkomen onbetrouwbaar is en geen enkele basis biedt voor vertrouwen. Niets in waanzin is betrouwbaar. Het biedt geen veiligheid en geen hoop. Maar zo’n wereld is niet werkelijk. Ik heb haar de illusie van werkelijkheid gegeven en heb geleden onder mijn geloof daarin. Nu kies ik ervoor dit geloof in te trekken en mijn vertrouwen te stellen in de werkelijkheid. Door hiervoor te kiezen zal ik ontsnappen aan alle gevolgen van de wereld van angst, omdat ik erken dat die niet bestaat. (14) God heeft geen betekenisloze wereld geschapen. Hoe kan een betekenisloze wereld bestaan als God deze niet geschapen heeft? Hij is de Bron van alle betekenis, en alles wat werkelijk is, is in Zijn Geest. Het is ook in mijn geest, omdat Hij het met mij geschapen heeft. Waarom zou ik blijven lijden onder de gevolgen van mijn eigen krankzinnige gedachten, wanneer de volmaaktheid van de schepping mijn thuis is? Laat ik me de kracht van mijn beslissing herinneren en beseffen waar ik werkelijk verblijf. (15) Mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt. Alles wat ik zie, weerspiegelt mijn gedachten. Het zijn mijn gedachten die mij vertellen waar ik ben en wat ik ben. Het feit dat ik een wereld zie van lijden, verlies en dood, toont mij dat ik alleen maar de weergave zie van mijn krankzinnige gedachten, en ik niet toesta dat mijn werkelijke gedachten hun weldadig licht werpen op wat ik zie. Toch is Gods weg zeker. De beelden die ik heb gemaakt, kunnen over Hem niet zegevieren, omdat het niet mijn wil is dat zij dat doen. Mijn wil is de Zijne, en ik zal geen andere goden boven Hem stellen. LES 54
Dit zijn de herhalingsideeën voor vandaag: (16) Ik heb geen neutrale gedachten. Neutrale gedachten zijn onmogelijk, omdat alle gedachten kracht hebben. Ze zullen of een onechte wereld maken, of mij naar de werkelijke wereld leiden. Maar gedachten kunnen niet zonder gevolgen zijn. Zoals de wereld die ik zie uit mijn denkfouten ontstaat, zo zal de werkelijke wereld voor mijn ogen verrijzen wanneer ik mijn vergissingen laat corrigeren. Mijn gedachten kunnen niet noch waar, noch onwaar zijn. Ze moeten het één of het ander zijn. Wat ik zie laat mij zien wat ze zijn. (17) Ik zie geen neutrale dingen. Wat ik zie, getuigt van wat ik denk. Als ik niet dacht, zou ik niet bestaan, want leven is denken. Laat ik kijken naar de wereld die ik zie als de weergave van mijn eigen staat van denken. Ik weet dat mijn staat van denken kan veranderen. En dus weet ik tevens dat de wereld die ik zie, eveneens veranderen kan. (18) Ik ben niet alleen in het ervaren van de gevolgen van mijn zien. Als ik geen privé-gedachten heb, kan ik geen privé-wereld zien. Zelfs het absurde idee van de afscheiding moest gedeeld worden voor het de basis kon vormen van de wereld die ik zie. Maar dat delen was een delen van niets. Ik kan ook een beroep doen op mijn werkelijke gedachten, die alles met iedereen delen. Zoals mijn gedachten van afscheiding de afscheidingsgedachten van anderen oproepen, zo wekken mijn werkelijke gedachten de werkelijke gedachten in hen op. En de wereld die mijn werkelijke gedachten mij tonen, zal zowel voor hun als voor mijn ogen dagen. (19) Ik ben niet alleen in het ervaren van de gevolgen van mijn gedachten. Ik ben in niets alleen. Alles wat ik denk of zeg of doe onderwijst heel het universum. Een Zoon van God kan niet vergeefs denken of spreken of handelen. Hij kan in niets alleen zijn. Het ligt daarom in mijn macht ieders denken samen met het mijne te veranderen, want de macht van God is van mij. (20) Ik ben vastbesloten te zien. Nu ik de gedeelde aard van mijn gedachten onderken, ben ik vastbesloten te zien. Ik wil naar de getuigen kijken die me laten zien dat het denken van de wereld is veranderd. Ik wil het bewijs zien dat wat via mij is gedaan, liefde in staat heeft gesteld om angst te vervangen, lachen om tranen te vervangen en overvloed om verlies te vervangen. Ik wil de werkelijke wereld aanschouwen en die mij laten leren dat mijn wil en de Wil van God één zijn. LES 55
De herhalingen van vandaag omvatten het volgende: (21) Ik ben vastbesloten de dingen anders te zien. Wat ik nu zie zijn slechts de tekenen van ziekte, onheil en dood. Dit kan niet zijn wat God voor Zijn geliefde Zoon geschapen heeft. Juist het feit dat ik zulke dingen zie, is het bewijs dat ik God niet begrijp. Daarom begrijp ik ook Zijn Zoon niet. Wat ik zie, zegt mij dat ik niet weet wie ik ben. Ik ben vastbesloten de getuigen te zien van de waarheid in mij, in plaats van degene die mij een illusie van mezelf tonen. (22) Wat ik zie is een vorm van wraak. De wereld die ik zie, is bepaald niet de weergave van liefdevolle gedachten. Ze is een beeld van aanval op alles door alles. Ze is allesbehalve een weerspiegeling van de Liefde van God en de liefde van Zijn Zoon. Het zijn mijn eigen aanvalgedachten die dit beeld laten ontstaan. Mijn liefdevolle gedachten zullen me verlossen van deze waarneming van de wereld, en mij de vrede geven die God voor mij bedoeld heeft. (23) Ik kan aan deze wereld ontsnappen door aanvalgedachten op te geven. Hierin ligt verlossing en nergens anders. Zonder aanvalgedachten zou ik geen wereld van aanval kunnen zien. Wanneer vergeving liefde laat terugkeren in mijn bewustzijn, zal ik een wereld zien van vrede, veiligheid en vreugde. En dit verkies ik te zien, in plaats van waar ik nu naar kijk. (24) Ik neem niet mijn hoogste belang waar. Hoe kan ik mijn hoogste belang herkennen, wanneer ik niet weet wie ik ben? Wat ik denk dat mijn hoogste belang is, bindt me alleen maar meer aan de wereld van illusies. Ik ben bereid de Gids te volgen die God mij gegeven heeft om te ontdekken wat mijn hoogste belang is, omdat ik herken dat ik ze niet uit mezelf kan waarnemen. (25) Ik weet niet waar iets toe dient. Voor mij is het doel van alles, te bewijzen dat mijn illusies over mezelf werkelijk zijn. Voor dit doel probeer ik alles en iedereen te gebruiken. En hiertoe geloof ik ook dat de wereld dient. Daarom herken ik haar werkelijke doel niet. Het doel dat ik aan de wereld heb gegeven, heeft tot een beangstigend beeld van haar geleid. Laat ik mijn geest openen voor het werkelijke doel van de wereld, door het doel dat ik haar gegeven heb in te trekken en de waarheid over haar te leren. LES 56
Onze herhaling van vandaag behandelt het volgende: (26) Mijn aanvalgedachten vallen mijn onkwetsbaarheid aan. Hoe kan ik weten wie ik ben wanneer ik mezelf als voortdurend aangevallen zie? Pijn, ziekte, verlies, ouderdom en dood lijken mij te bedreigen. Al mijn hoop en al mijn wensen en plannen lijken overgeleverd aan de genade van een wereld waarover ik geen controle heb. Toch zijn volmaakte veiligheid en volledige vervulling mijn erfgoed. Ik heb geprobeerd mijn erfgoed weg te geven in ruil voor de wereld die ik zie. Maar God heeft mijn erfgoed veilig voor mij bewaard. Mijn eigen werkelijke gedachten zullen mij leren wat het is. (27) Ik wil bovenal zien. Omdat ik inzie dat wat ik zie, weerspiegelt wat ik denk dat ik ben, besef ik dat visie mijn grootste behoefte is. De wereld die ik zie, getuigt van het angstwekkende karakter van het zelfbeeld dat ik heb gevormd. Als ik me herinneren wil wie ik ben, is het essentieel dat ik dit beeld van mezelf loslaat. Wanneer dit door de waarheid wordt vervangen, zal visie mij zeker gegeven worden. En met deze visie zal ik de wereld en mezelf bezien met barmhartigheid en liefde. (28) Ik wil bovenal alles anders zien. De wereld die ik zie, houdt mijn angstwekkende zelfbeeld in stand en verzekert de voortzetting ervan. Zolang ik de wereld zie zoals ik haar nu zie, kan de waarheid niet tot mijn bewustzijn doordringen. Ik zal de deur achter deze wereld voor mij geopend laten worden, zodat ik daarachter de wereld kan zien die de Liefde van God weerspiegelt. (29) God is in alles wat ik zie. Achter elk beeld dat ik heb gevormd, blijft de waarheid onveranderd. Achter elke sluier die ik getrokken heb over het gelaat van de liefde, blijft het licht daarvan ongedimd. Achter al mijn krankzinnige wensen ligt mijn wil, verenigd met de Wil van mijn Vader. God is nog altijd en voorgoed overal en in alles. En wij die deel zijn van Hem, zullen uiteindelijk voorbijzien aan alle verschijningen en de waarheid daarachter herkennen. (30) God is in alles wat ik zie, want God is in mijn geest. In mijn eigen geest, achter al mijn krankzinnige gedachten van afscheiding en aanval, ligt de kennis dat alles voor altijd één is. Ik heb de kennis van Wie ik ben niet verloren door die te vergeten. Ze is voor mij bewaard in de Geest van God, Die Zijn Gedachten niet verlaten heeft. En ik, die daartoe behoor, ben één daarmee en één met Hem. LES 57
Laten we vandaag deze ideeën herhalen: (31) Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie. Hoe kan ik het slachtoffer zijn van een wereld die volledig ongedaan kan worden gemaakt als ik dat verkies? Mijn ketenen zijn losgemaakt. Ik kan ze afwerpen door dat slechts te wensen. De gevangenisdeur staat open. Ik kan vertrekken door gewoonweg naar buiten te lopen. Niets houdt me in deze wereld. Alleen mijn wens te blijven houdt me gevangen. Ik wil mijn krankzinnige wensen opgeven en eindelijk het zonlicht inlopen. (32) Ik heb de wereld die ik zie bedacht. Ik heb de gevangenis, waarin ik mezelf zie, verzonnen. Dit is het enige wat ik hoef in te zien en ik ben vrij. Ik heb mezelf wijsgemaakt dat het mogelijk is de Zoon van God gevangen te zetten. Ik heb me pijnlijk vergist in deze overtuiging, die ik niet langer wil. De Zoon van God moet voor altijd vrij zijn. Hij is zoals God hem geschapen heeft en niet wat ik van hem wilde maken. Hij is waar God wil dat hij is en niet waar ik hem gevangen dacht te houden. (33) Er is een andere manier om naar de wereld te kijken. Aangezien het doel van de wereld niet het doel is dat ik eraan heb toegeschreven, moet er een andere manier zijn om ernaar te kijken. Ik zie alles ondersteboven, en mijn gedachten zijn het tegenovergestelde van de waarheid. Ik zie de wereld als een gevangenis voor Gods Zoon. Daarom moet het wel zo zijn dat de wereld in werkelijkheid een plaats is, waar hij kan worden bevrijd. Ik wil de wereld zien zoals die is, en wel als een plaats waar de Zoon van God zijn vrijheid vindt (34) Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien. Wanneer ik de wereld als een plaats van vrijheid zie, besef ik dat ze de wetten van God weerspiegelt, in plaats van de regels die ik heb bedacht waaraan zij moest gehoorzamen. Ik zal begrijpen dat daar vrede, en geen oorlog woont. En ik zal zien dat vrede ook huist in het hart van allen die deze plaats met mij delen.
(35) Mijn geest is deel van Die van God. Ik ben zeer heilig. Wanneer ik de vrede van de wereld deel met mijn broeders, begin ik te begrijpen dat deze vrede van diep in mij komt. De wereld waar ik naar kijk, heeft het licht van mijn vergeving aangenomen en straalt vergeving naar mij terug. In dit licht begin ik te zien wat mijn illusies over mezelf verborgen hielden. Ik begin de heiligheid van al wat leeft, met inbegrip van mezelf, te begrijpen zowel als hun eenheid met mij. LES 58 Deze ideeën dienen als de herhaling voor vandaag: (36) Mijn heiligheid omhult alles wat ik zie. Uit mijn heiligheid komt de waarneming van de werkelijke wereld voort. Nu ik vergeven heb, zie ik mezelf niet langer als schuldig. Ik kan de onschuld, die de waarheid over mij is, aanvaarden. Gezien door begrijpende ogen is de heiligheid van de wereld het enige wat ik zie, want ik kan alleen de gedachten die ik over mezelf heb, afbeelden. (37) Mijn heiligheid zegent de wereld. De waarneming van mijn heiligheid zegent niet mij alleen. Alles wat en wie ik zie in haar licht, deelt in de vreugde die ze mij brengt. Er is niets wat los staat van deze vreugde, want er is niets wat niet in mijn heiligheid deelt. Wanneer ik mijn heiligheid herken, straalt ook de heiligheid van de wereld uit, zodat iedereen die kan zien. (38) Er is niets wat mijn heiligheid niet kan doen. Mijn heiligheid is onbeperkt in haar kracht om te helen, omdat ze onbeperkt is in haar kracht om te verlossen. Wat anders dan illusies is er om van te worden verlost? En wat zijn alle illusies anders dan onware ideeën over mezelf? Mijn heiligheid maakt ze alle ongedaan door de waarheid over mezelf te bevestigen. In aanwezigheid van mijn heiligheid, die ik deel met God Zelf, verdwijnen alle idolen. (39) Mijn heiligheid is mijn verlossing. Aangezien mijn heiligheid mij verlost van alle schuld, is de erkenning van mijn heiligheid de erkenning van mijn verlossing. Het is tevens de erkenning van de verlossing van de wereld. Als ik eenmaal mijn heiligheid heb aanvaard, kan niets mij meer bang maken. En omdat ik niet bang ben, moet iedereen delen in mijn inzicht, dat het geschenk van God is aan mij en aan de wereld. (40) Ik ben gezegend als een Zoon van God. Hierin ligt mijn aanspraak op al het goede en alleen het goede. Ik ben gezegend als Zoon van God. Al het goede is van mij, omdat God dit voor mij bedoeld heeft. Ik kan geen verlies, ontbering of pijn lijden, op grond van Wie ik ben. Mijn Vader steunt me, beschermt me en leidt me in alles. Zijn zorg voor mij is oneindig en is voor altijd bij me. Ik ben voor eeuwig gezegend als Zijn Zoon. LES 59 De volgende ideeën zijn voor de herhaling voor vandaag: (41) God gaat met mij, waar ik ook ga. Hoe kan ik alleen zijn, wanneer God altijd met mij gaat? Hoe kan ik twijfelen en onzeker zijn over mezelf, wanneer volmaakte zekerheid in Hem verblijft? Hoe kan ik door iets verstoord raken, wanneer Hij in mij rust in absolute vrede? Hoe kan ik lijden, wanneer liefde en vreugde mij dankzij Hem omringen? Laat ik geen illusies koesteren over mijzelf. Ik ben volmaakt, omdat God met mij gaat waar ik ook ga. (42) God is mijn kracht. Visie is Zijn geschenk. Laat ik vandaag niet op mijn eigen ogen vertrouwen om te zien. Laat ik bereid zijn mijn meelijwekkende illusie van zien te verruilen voor de visie die door God geschonken wordt. De visie van Christus is Zijn geschenk, en Hij heeft mij die gegeven. Laat ik me vandaag op dit geschenk beroepen, zodat deze dag mij mag helpen de eeuwigheid te begrijpen. (43) God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien. Ik kan zien wat God wil dat ik zie. Ik kan niet iets anders zien. Buiten Zijn Wil liggen alleen illusies. Die kies ik wanneer ik denk dat ik los van Hem kan zien. En die kies ik wanneer ik probeer te zien door de ogen van het lichaam. Toch is de visie van Christus mij gegeven om die illusies te vervangen. Met déze visie verkies ik te zien. (44) God is het Licht waarin ik zie. Ik kan niet zien in duisternis. God is het enige licht. Dus als ik wil zien, moet het wel via Hem zijn. Ik heb geprobeerd te definiëren wat zien is, en ik heb me vergist. Nu wordt het me gegeven te begrijpen dat God het licht is waarin ik zie. Laat ik visie verwelkomen evenals de gelukkige wereld die ze me zal laten zien. (45) God is de Geest waarmee ik denk. Ik heb geen gedachten die ik niet deel met God. Ik heb geen gedachten los van Hem, omdat ik geen geest heb los van Hem. Als deel van Zijn Geest zijn mijn gedachten de Zijne en Zijn gedachten de mijne. LES 60
Deze ideeën zijn voor de herhaling voor vandaag: (46) God is de Liefde waarin ik vergeef. God vergeeft niet, omdat Hij nooit heeft veroordeeld. Wie onschuldig is, kan niet beschuldigen, en wie zijn onschuld heeft aanvaard, ziet niets om te vergeven. Toch is vergeving het middel waardoor ik mijn onschuld zal herkennen. Ze is de weerspiegeling van Gods Liefde op aarde. Ze zal mij zo dicht bij de Hemel brengen dat de Liefde van God naar mij toe kan reiken en me naar Hem kan opheffen. (47) God is de Kracht waarop ik vertrouw. Het is niet mijn eigen kracht waarmee ik vergeef. Het is de kracht van God in mij, die ik me herinner wanneer ik vergeef. Wanneer ik begin te zien, herken ik Zijn weerspiegeling op aarde. Ik vergeef alles, omdat ik de roering van Zijn kracht in mij voel. En ik begin me de Liefde te herinneren die ik verkoos te vergeten, maar Die mij niet vergeten heeft. (48) Er valt niets te vrezen. Hoe veilig zal de wereld er voor mij uitzien wanneer ik haar kan zien! Ze zal totaal niet lijken op wat ik me nu inbeeld te zien. Iedereen die en alles wat ik zie, zal zich naar mij toe buigen om mij te zegenen. Ik zal in iedereen mijn dierbaarste Vriend herkennen. Wat valt er te vrezen in een wereld die ik vergeven heb en die mij vergeven heeft? (49) Gods Stem spreekt de hele dag door tot mij. Er is geen moment waarop Gods Stem ophoudt een beroep te doen op mijn vergeving om mij te verlossen. Er is geen moment waarop Zijn Stem niet mijn gedachten stuurt, mijn handelingen richt en mijn voeten leidt. Ik wandel standvastig de waarheid tegemoet. Ik kan nergens anders heen, want Gods Stem is de enige stem en de enige gids die aan Zijn Zoon gegeven is. (50) Ik word onderhouden door de Liefde van God. Wanneer ik luister naar Gods Stem, word ik door Zijn Liefde onderhouden. Wanneer ik mijn ogen open, verlicht Zijn Liefde de wereld zodat ik kan zien. Wanneer ik vergeef, herinnert Zijn Liefde mij eraan dat Zijn Zoon zondeloos is. En wanneer ik de wereld aanschouw met de visie die Hij me heeft gegeven, herinner ik mij dat ik Zijn Zoon ben.
|