|

Vandaag geven we in feite een concrete toepassing aan het idee van gisteren. In deze oefenperioden zul je een reeks uitgesproken verbintenissen aangaan. De vraag of je die in de toekomst zult naleven is nu niet onze zorg. Als je tenminste bereid bent ze nu aan te gaan, ben je op weg ze na te komen. En we staan nog steeds aan het begin. Je vraagt je misschien af waarom het bijvoorbeeld belangrijk is te zeggen: ‘Voor alle wil ik deze tafel anders zien.’ Op zichzelf is dit helemaal niet belangrijk. Maar wat staat op zichzelf? En wat betekent ‘op zichzelf’? Je ziet een heleboel afzonderlijke dingen om je heen, wat in feite betekent dat je helemaal niet ziet. Je ziet of je ziet niet. Wanneer je één ding anders bent gaan zien, zul je alle dingen anders zien. Het licht dat je in één ervan zult zien, is hetzelfde licht dat je in allemaal zult zien. Als je zegt: 'Bovenal wil ik deze tafel anders zien', ga je een verplichting aan je vooropgezette ideeën over de tafel terug te trekken en jouw geest te openen voor wat hij is en waartoe hij dient. Je definieert hem niet aan de hand van het verleden. Je vraagt wat hij is, in plaats van hem te vertellen wat hij is. Je bindt zijn betekenis niet aan jouw geringe ervaring met tafels, noch beperk je zijn doel tot jouw onbeduidende persoonlijke gedachten. Je zult niet in twijfel trekken wat je al gedefinieerd hebt. En de bedoeling van deze oefeningen is juist vragen te stellen en de antwoorden te ontvangen. Door te zeggen: ‘Ik wil voor alles deze tafel anders zien’, verbind je jezelf aan het zien. Het is geen verbintenis die iets uitsluit. Het is een verbintenis die evenzeer op de tafel van toepassing is als op iets anders, niet meer en niet minder. Je zou in feite alleen al van die tafel visie kunnen verkrijgen, als je al je eigen ideeën erover zou intrekken en er met een volkomen open geest naar zou kijken. Hij heeft je iets te tonen: iets moois en zuivers en van oneindige waarde, vol geluk en hoop. Verborgen onder al jouw ideeën erover ligt zijn werkelijke doel, het doel dat hij deelt met heel het universum. Door de tafel als onderwerp voor de toepassing van het idee voor vandaag te gebruiken, vraag je dus eigenlijk het doel van het universum te zien. Je zult ditzelfde verzoek richten tot elk onderwerp dat je tijdens de oefenperioden gebruikt. En je gaat met elk ervan een verbintenis aan om het doel ervan zich aan jou te laten onthullen, in plaats van jouw eigen oordeel erop te leggen. We zullen vandaag zes oefenperioden van twee minuten houden, waarin het idee voor de dag eerst uitgesproken en dan toegepast wordt op wat je maar om je heen ziet. Niet alleen moeten de onderwerpen willekeurig worden gekozen, maar ook moeten ze alle oprecht benaderd worden wanneer het idee van vandaag erop wordt toegepast, in een poging te erkennen dat ze allemaal een gelijkwaardige bijdrage leveren aan jouw zien. Zoals gewoonlijk dienen de toepassingen de naam te bevatten van het onderwerp waarop je oog toevallig valt, en moet je je blik erop laten rusten terwijl je zegt: Bovenal wil ik dit/deze ______ anders zien. Elke toepassing moet redelijk langzaam en zo aandachtig mogelijk worden uitgevoerd. Er is geen haast bij. Dagboek Ik weet van niets, dit inbegrepen, wat het betekent. En dus weet ik niet hoe ik erop moet reageren . En ik zal wat ik in het verleden heb geleerd niet gebruiken als het licht dat mij nu zal leiden. -Tekst, Hoofdstuk 14
|