
Het idee van vandaag bevat de sleutel tot wat jouw werkelijke gedachten zijn. Ze lijken niets op wat jij denkt te denken, net zoals niets wat je denkt te zien ook maar enigzins verband houdt met visie. Er is geen verband tussen wat werkelijk is en wat jij denkt dat werkelijk is. Niets waarvan je denkt dat het jouw werkelijke gedachten zijn, lijkt in enig opzicht op jouw werkelijke gedachten. Niets wat je denkt te zien, vertoont enige gelijkenis met wat visie je zal tonen. Jij denkt met de Geest van God. Daardoor deel je jouw gedachten met Hem, zoals Hij de Zijne met jou deelt. Het zijn dezelfde gedachten, omdat ze door dezelfde Geest worden gedacht. Delen is gelijksoortig of één maken. En de gedachten die jij denkt met de Geest van God verlaten jouw geest niet, omdat gedachten hun bron niet verlaten. Daarom zijn jouw gedachten in de Geest van God, net zoals jij dat bent. Ze zijn tevens in jouw geest, waar Hij is. Zoals jij deel bent van Zijn Geest, zo zijn jouw gedachten deel van Zijn Geest. Waar zijn dan jouw werkelijke gedachten? Vandaag zullen we proberen ze te bereiken. We zullen ze in jouw geest moeten zoeken, want daar bevinden ze zich. Ze moeten daar nog altijd zijn, want ze kunnen hun bron niet hebben verlaten. Wat door de Geest van God wordt gedacht is eeuwig, omdat het deel van de schepping is. Onze drie oefenperioden voor vandaag van ieder vijf minuten zullen dezelfde algemene vorm hebben die we bij de toepassing van het idee van gisteren hebben gebruikt. We zullen proberen het onwerkelijke achter ons te laten en naar het werkelijke te zoeken. We zullen de wereld ontkennen ten gunste van de waarheid. We zullen ons niet door de gedachten van de wereld laten weerhouden. We zullen ons niet door de overtuigingen van de wereld laten vertellen dat wat God van ons wil, onmogelijk is. We zullen in plaats daarvan proberen in te zien dat alleen wat God van ons wil mogelijk is. We zullen ook proberen te begrijpen dat we alleen datgene willen doen wat God van ons wil. En we zullen ook proberen te onthouden dat we niet kunnen falen in wat Hij van ons wil. Er is alle reden vertrouwen te hebben dat we vandaag zullen slagen. Het is de Wil van God. Begin de oefeningen voor vandaag door het idee bij jezelf te herhalen, terwijl je daarbij je ogen sluit. Besteed dan een vrij korte tijd aan het denken van enkele relevante gedachten van jezelf, terwijl je het idee in gedachten houdt. Nadat je zo’n vier of vijf gedachten van jezelf aan het idee hebt toegevoegd, herhaal je het opnieuw en zeg je rustig tegen jezelf: Mijn werkelijke gedachten zijn in mijn geest. Ik wil ze graag vinden. Probeer dan aan alle onwerkelijke gedachten die de waarheid in je geest bedekken voorbij te gaan en het eeuwige te bereiken. Onder alle zinloze gedachten en dwaze ideeën waarmee jij je geest hebt volgestopt, liggen de gedachten die jij in het begin met God hebt gedacht. Ze bevinden zich daar nu in jouw geest, volkomen onveranderd. Ze zullen in je geest zijn, precies zoals ze dat altijd waren. Alles wat jij sindsdien hebt gedacht zal veranderen, maar de fundering waarop het rust, is geheel onveranderlijk. Op deze fundering nu zijn de oefeningen van vandaag gericht. Hier is jouw geest verenigd met de Geest van God. Hier zijn jouw gedachten één met de Zijne. Voor dit soort oefening is maar één ding nodig; benader het zoals je een altaar zou benaderen dat in de Hemel aan God de Vader en aan God de Zoon is gewijd. Want zodanig is de plaats die jij tracht te bereiken. Je zult waarschijnlijk nog niet in staat zijn je te realiseren hoe hoog je tracht te reiken. Maar zelfs met het kleine beetje inzicht dat je al hebt verworven, zou je in staat moeten zijn jezelf eraan te herinneren dat dit geen loos spel is, maar een oefening in heiligheid en een poging het Koninkrijk der Hemelen te bereiken. Probeer er in de kortere oefenperioden van vandaag aan te denken hoe belangrijk het voor je is de heiligheid te begrijpen van de geest die denkt met God. Neem een minuut of twee, wanneer je vandaag het idee herhaalt, om de heiligheid van je geest te waarderen. Houd je afzijdig, al is het nog zo kort, van alle gedachten die Hem wiens gastheer jij bent, onwaardig zijn. En dank Hem voor de gedachten die Hij met jou denkt.
|