
Vandaag zullen we het volgende herhalen: (11) Mijn betekenisloze gedachten laten mij een betekenisloze wereld zien. Aangezien de gedachten waarvan ik mij bewust ben niets betekenen, kan de wereld die ze afbeeldt geen betekenis hebben. Datgene wat de voortbrenger is van deze wereld is krankzinnig en hetzelfde geldt voor wat zij voortbrengt. De werkelijkheid is niet krankzinnig en ik heb zowel werkelijke als krankzinnige gedachten. Ik kan daarom een werkelijke wereld zien, als ik vertrouw op mijn werkelijke gedachten als mijn gids om te zien. (12) Ik ben van streek omdat ik een betekenisloze wereld zie. Krankzinnige gedachten maken je van streek. Ze brengen een wereld voort waarin nergens orde is. Niets anders dan chaos regeert een wereld die chaotisch denken weergeeft, en chaos kent geen wetten. Ik kan niet in vrede leven in zo’n wereld. Ik ben dankbaar dat deze wereld niet werkelijk is en dat ik haar helemaal niet hoef te zien, tenzij ik ervoor kies haar waarde te verlenen. En ik kies er niet voor waarde te verlenen aan wat totaal krankzinnig en zonder betekenis is. (13) Een betekenisloze wereld veroorzaakt angst. Het totaal krankzinnige veroorzaakt angst, omdat het volkomen onbetrouwbaar is en geen enkele basis biedt voor vertrouwen. Niets in waanzin is betrouwbaar. Het biedt geen veiligheid en geen hoop. Maar zo’n wereld is niet werkelijk. Ik heb haar de illusie van werkelijkheid gegeven en heb geleden onder mijn geloof daarin. Nu kies ik ervoor dit geloof in te trekken en mijn vertrouwen te stellen in de werkelijkheid. Door hiervoor te kiezen zal ik ontsnappen aan alle gevolgen van de wereld van angst, omdat ik erken dat die niet bestaat. (14) God heeft geen betekenisloze wereld geschapen. Hoe kan een betekenisloze wereld bestaan als God deze niet geschapen heeft? Hij is de Bron van alle betekenis, en alles wat werkelijk is, is in Zijn Geest. Het is ook in mijn geest, omdat Hij het met mij geschapen heeft. Waarom zou ik blijven lijden onder de gevolgen van mijn eigen krankzinnige gedachten, wanneer de volmaaktheid van de schepping mijn thuis is? Laat ik me de kracht van mijn beslissing herinneren en beseffen waar ik werkelijk verblijf. (15) Mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt. Alles wat ik zie, weerspiegelt mijn gedachten. Het zijn mijn gedachten die mij vertellen waar ik ben en wat ik ben. Het feit dat ik een wereld zie van lijden, verlies en dood, toont mij dat ik alleen maar de weergave zie van mijn krankzinnige gedachten, en ik niet toesta dat mijn werkelijke gedachten hun weldadig licht werpen op wat ik zie. Toch is Gods weg zeker. De beelden die ik heb gemaakt, kunnen over Hem niet zegevieren, omdat het niet mijn wil is dat zij dat doen. Mijn wil is de Zijne, en ik zal geen andere goden boven Hem stellen.
|