thuis

Kernles 7 ~ Ik zie alleen het verleden.

Dit idee valt in het begin bijzonder moeilijk te geloven. Toch is het de basis voor al de voorgaande.

♦ Het is de reden waarom niets wat je ziet iets betekent.
♦ Het is de reden waarom je aan alles wat je ziet alle betekenis hebt gegeven die het voor je heeft.
♦ Het is de reden waarom je niets begrijpt wat je ziet.
♦ Het is de reden waarom je gedachten niets betekenen en waarom ze zijn als de dingen die je ziet.
♦ Het is de reden waarom je nooit van streek bent om de reden die je denkt.
♦ Het is de reden waarom je van streek bent omdat je iets ziet wat er niet is.

Oude ideeën over tijd zijn heel moeilijk te veranderen, omdat alles waarin je gelooft geworteld is in de tijd en afhangt van het feit dat je deze nieuwe ideeën hierover niet leert. Toch is dat precies de reden waarom je nieuwe ideeën over tijd nodig hebt. Dit eerste tijd-idee is niet echt zo vreemd als het in eerste instantie mag klinken.

Kijk bijvoorbeeld eens naar een kopje. Zie je een kopje of laat je slechts je vroegere ervaringen de revue passeren van een kopje oppakken, dorst hebben, uit een kopje drinken, de rand van een kopje tegen je lippen voelen, ontbijten, enz.? En zijn je esthetische reacties op het kopje ook niet gebaseerd op vroegere ervaringen? Hoe zou je anders weten of dit soort kopje al dan niet zal breken wanneer je het laat vallen? Wat weet je van dit kopje, behalve wat je in het verleden hebt geleerd? Je zou er geen idee van hebben wat dit kopje is, als je het vroeger niet geleerd had. Zie je het dan wel werkelijk?

Kijk om je heen. Dit is in gelijke mate waar voor waar je ook naar kijkt. Erken dit door het idee van vandaag zonder onderscheid toe te passen op alles waar jouw blik op valt. Bijvoorbeeld:

Ik zie alleen het verleden in dit potlood.
Ik zie alleen het verleden in deze schoen.
Ik zie alleen het verleden in deze hand.
Ik zie alleen het verleden in dat lichaam.
Ik zie alleen het verleden in dat gezicht.


Blijf niet bij één ding in het bijzonder stilstaan, maar denk eraan niets uitdrukkelijk weg te laten. Werp een korte blik op elk voorwerp en ga dan door naar het volgende. Drie of vier oefenperioden, van elk ongeveer één minuut, zullen volstaan.

Dagboek
Verleden, heden en toekomst zijn niet continue, tenzij jij ze continuïteit oplegt. Het heden is er voor de tijd er was en zal er nog zijn wanneer de tijd er niet meer is.
-Tekst, Hoofdstuk 13

 
 
Site Meter