Les 1 Niets wat ik zie in deze kamer (in deze straat, uit dit raam, in deze plaats) betekent iets
Les 2 Ik heb alles wat ik zie in deze kamer (in deze straat, uit dit raam, in deze plaats) alle betekenis gegeven die het voor mij heeft
Les 3 Ik begrijp niets van wat ik zie in deze kamer (in deze straat, uit dit raam, in deze plaats)  Les 4 Deze gedachten betekenen niets. Zij zijn zoals de dingen die ik zie in deze kamer (in deze straat, uit dit raam, in deze plaats)  Les 5 Ik ben nooit van streek om de reden die ik denk  Les 6 Ik ben van streek omdat ik iets zie wat daar niet is  Les 7 Ik zie alleen het verleden  Les 8 Mijn geest wordt door gedachten uit het verleden in beslag genomen  Les 9 Ik zie niets zoals het nu is  Les 10 Mijn gedachten hebben geen enkele betekenis  Les 11 Mijn betekenisloze gedachten tonen mij een betekenisloze wereld  Les 12 Ik ben van streek omdat ik een betekenisloze wereld zie  Les 13 Een betekenisloze wereld veroorzaakt angst  Les 14 God heeft geen betekenisloze wereld geschapen  Les 15 Mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt  Les 16 Ik heb geen neutrale gedachten  Les 17 Ik zie geen neutrale dingen  Les 18 Ik ben niet alleen in het ervaren van de gevolgen van mijn zien  Les 19 Ik ben niet alleen in het ervaren van de gevolgen van mijn gedachten  Les 20 Ik ben vastbesloten te zien  Les 21 Ik ben vastbesloten dingen anders te zien  Les 22 Wat ik zie is een vorm van wraak  Les 23 Ik kan aan de wereld die ik zie ontsnappen door aanvalsgedachten op te geven  Les 24 Ik neem niet mijn eigen beste belangen waar  Les 25 Ik weet niet waar iets voor is  Les 26 Mijn aanvalsgedachten vallen mijn onkwetsbaarheid aan  Les 27 Bovenal wil ik zien  Les 28 Bovenal wil ik dingen anders zien  Les 29 God is in alles wat ik zie  Les 30 God is in alles wat ik zie, want God is in mijn geest  Les 31 Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie  Les 32 Ik heb de wereld die ik zie bedacht  Les 33 Er is een andere manier van naar de wereld kijken  Les 34 Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien  Les 35 Mijn geest is deel van Gods Geest. Ik ben heel heilig  Les 36 Mijn heiligheid omvat alles wat ik zie  Les 37 Mijn heiligheid zegent de wereld  Les 38 Er is niets wat mijn heiligheid niet kan doen  Les 39 Mijn heiligheid is mijn verlossing  Les 40 Ik ben gezegend als een Zoon van God  Les 41 God gaat met mij, waar ik ook ga  Les 42 God is mijn kracht. Visie is Zijn geschenk  Les 43 God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien  Les 44 God is het licht waarin ik zie  Les 45 God is de Geest waarmee ik denk  Les 46 God is de Liefde waarin ik vergeef  Les 47 God is de Kracht waarop ik vertrouw  Les 48 Er is niets te vrezen  Les 49 Gods Stem spreekt de hele dag door tot mij  Les 50 Ik word onderhouden door de Liefde van God  Inleiding Herhaling I
Les 51 Herhaling 1 tot en met 5  Les 52 Herhaling 6 tot en met 10  Les 53 Herhaling 11 tot en met 15  Les 54 Herhaling 16 tot en met 20  Les 55 Herhaling 21 tot en met 25  Les 56 Herhaling 26 tot en met 30  Les 57 Herhaling 31 tot en met 35  Les 58 Herhaling 36 tot en met 40  Les 59 Herhaling 41 tot en met 45  Les 60 Herhaling 46 tot en met 50 
|