thuis
Les 25 Ik weet niet waar iets toe dient

Les 25 ~ Ik weet niet waar iets toe dient.

Bedoeling is betekenis. Het idee van vandaag verklaart waarom niets wat jij ziet iets betekent. Je weet niet waar het toe dient. Daarom heeft het voor jou geen betekenis. Alles is in jouw hoogste belang. Dat is waartoe het dient; dat is het doel ervan; dat is wat het betekent. Door dit in te zien worden jouw doelen verenigd. Door dit in te zien krijgt wat je ziet betekenis.

Je ziet de wereld en alles daarin als betekenisvol in termen van ego-doelen. Deze doelen hebben niets te maken met jouw hoogste belang, want het ego is niet wat jij bent. Deze verkeerde vereenzelviging ontneemt jou het vermogen van iets te begrijpen waartoe het dient. Hierdoor is het bijna onvermijdelijk dat je het zult misbruiken. Wanneer je dit gelooft, zul je proberen de doelen die jij aan de wereld hebt toegeschreven in te trekken, in plaats van te trachten ze te versterken.

Je kunt de doelen die je nu waarneemt ook anders omschrijven door te zeggen dat ze allemaal betrekking hebben op 'persoonlijke' belangen. Aangezien je geen persoonlijke belangen hebt, hebben je doelen in werkelijkheid betrekking op niets. Door ze te koesteren heb je dus helemaal geen doelen. En dus weet je niet waar iets toe dient.

Voordat je iets zinnigs kunt ontdekken aan de oefeningen voor vandaag, is er nog een andere gedachte nodig. Op de meest oppervlakkige niveaus herken je wel degelijk een bedoeling. Maar bedoeling kan op deze niveaus niet begrepen worden. Je begrijpt bijvoorbeeld wel dat een telefoon dient om met iemand te praten die zich niet lichamelijk in je onmiddellijke omgeving bevindt. Wat je niet begrijpt is waarvoor je hem wilt bereiken. En dit is nu juist wat jouw contact met hem betekenis geeft of niet.

Het is in het kader van jouw leerproces van uiterst belang dat je bereid bent de doelen op te geven die jij voor alles hebt vastgesteld. De erkenning dat ze eerder betekenisloos zijn dan 'goed' of 'slecht', is de enige manier om dit te bereiken. Het idee voor vandaag is een stap in deze richting.

Zes oefenperioden van elk twee minuten zijn noodzakelijk. Elke oefenperiode moet beginnen met een langzame herhaling van het idee voor vandaag, waarna je om je heen kijkt en je blik laat rusten op alles waar toevallig je oog op valt, dichtbij of veraf, ‘belangrijk’ of ‘onbelangrijk’, ‘menselijk’ of ‘niet-menselijk’. Zeg dan bijvoorbeeld, terwijl je je ogen laat rusten op elk voorwerp dat je zo kiest:

Ik weet niet waar deze stoel toe dient.
Ik weet niet waar dit potlood toe dient.
Ik weet niet waar deze hand toe dient.

Zeg dit vrij langzaam, zonder je ogen van het voorwerp af te wenden, tot je jouw verklaring erover hebt voltooid. Ga dan naar het volgende voorwerp en pas het idee van vandaag toe zoals voorheen.

 

Dagboek
Er is geen enkel levend wezen dat niet de universele Wil deelt dat het heel is, en dat je zijn roep niet onbeantwoord laat. Zonder jouw antwoord is het ten dode opgeschreven, zoals het van de dood wordt gered wanneer je zijn roep hebt gehoord als de oeroude roep tot leven, en begrepen hebt dat het slechts jouw eigen roep is.
-Tekst, Hoofdstuk 31

 
Site Meter