thuis arrow Open je ogen arrow Informatief

Mensen zien enkel wat zij bereid zijn om te zien.

seeingRalph Waldo Emerson werd geboren in 1803 als de zoon van een pastoor in Boston, USA. Hij werd later zelf een populaire predikant en heeft duizenden preken en lezingen gehouden. Zijn publiek werd gegrepen door zijn intense drang naar zelfverwerkelijking tot het ideaal van de complete, universele mens. Op 15 juli 1838 hield Emerson een toespraak voor de Theologische Faculteit van Harvard  die veel opschudding veroorzaakte. De uitdrukkingskracht van de ideeën die hij erop nahield met betrekking tot religie en spiritualiteit veroorzaakte een revolutie in het christelijk geloof. Emerson sprak over de ‘verderfelijke grootspraak’ van de persoon Jezus: “De ziel kent geen personen. Hij nodigt elk mens uit om zich uit te breiden tot de volledige cirkel van het universum en heeft geen voorkeuren behalve de spontane liefde.” Hij verwierp de speciale goddelijkheid van Jezus ten gunste van een leer van eeuwigdurende openbaring. Emerson zag het individu als inherent goddelijk en bepleitte dat unie met God fundamenteel een spontane ervaring is.
Deze ideeën stonden recht tegenover de structuur en autoriteit van de gevestigde religie.

~Ralph Waldo Emerson~

 

 Song of Myself

Walt Whitman publiceerde twintig jaar later voor het eerst ?‘Song of Myself?’: een spiritueel gedicht dat veel van de belangrijkste christelijke dogma’s van de 19e eeuw verwerpt. Terwijl eerdere Amerikaanse hervormers zoals Emerson probeerden veranderingen tot stand te brengen binnen het raamwerk van het christendom, streeft Whitman in ‘Song of Myself’ naar het wegvagen van alle traditionele religieuze vormen.

Hij ziet een grenzeloos potentieel in de mens en het universum en staat kritisch tegenover de georganiseerde religies die aan denkbeelden dwingende beperkingen opleggen. In plaats van God te maken tot de afgescheiden Andere, ziet hij het goddelijke in alle dingen:

Ik zie elk van de 24 uur iets van God, en wel elk ogenblik; in de gezichten van mannen en vrouwen zie ik God, en in mijn eigen gezicht in de spiegel; ik vind brieven van God, neergevallen op straat  en elk ervan is ondertekend met Gods naam, en ik laat ze liggen waar ze zijn, want ik weet dat waarheen ik ook ga, er andere punctueel zullen komen, steeds maar weer.

Whitman richt zich op de goddelijkheid van de mens:

Goddelijk ben ik van binnen en van buiten, en ik maak heilig wat ik ook aanraak of waardoor ik ben aangeraakt.

Hij verlangt naar de individuele ervaring en het onuitsprekelijke:

 communication
Ik ken het niet, het heeft geen naam, het is een onuitgesproken woord; het staat in geen enkel woordenboek, er kan geen uitdrukking aan worden gegeven, er is geen symbool voor. De kleinste knoppen laten zien dat er in feite geen dood is; en als die er ooit was, leidde ze het leven verder, en wacht niet aan het einde om het stil te zetten.

Ik weet dat ik onsterfelijk ben; ik weet dat mijn weg niet door de passer van een timmerman kan worden beschreven. Hoe ver je ook kijkt, daarbuiten is eindeloze ruimte; tel zoveel je wilt, er is grenzeloze tijd omheen. Ik hoorde waar praters over aan het praten waren, het gepraat over het begin en het eind; maar ik praat niet over het begin of het eind.

In plaats van beheerst te worden door toeval, ziet Whitman een groots plan dat naar steeds verdergaande zelfontwikkeling voert, en hij zegt:

 

Het is geen chaos of dood, het is vorm, verbondenheid, plan
– het is eeuwig leven – het is geluk.

Hij ziet geen eind aan dit proces, maar veeleer een altijd toenemende geestelijke ontplooiing: ieder mens trekt rond in een ?‘nooit eindigende reis’ door de eeuwigheid, waarbij het gaat om het proces van onophoudelijke groei, niet om het bereiken van een specifiek doel. Zowel Emerson als Whitman ervaarden 150 jaar geleden wat Een Cursus In Wonderen nu aanbiedt: een persoonlijke ervaring, voorbij aan idolen, van eenheid met het universum. En wat zij ervaarden is voor iedereen beschikbaar, hier en nu, in hun werken maar vooral in een persoonlijke communicatie met jouw Schepper.


 
Waarom zou ik wenschen God beter te zien dan ik Hem
dezen dag zie?

Ik zie iets van God elk uur van een etmaal en elk oogenblik
van een uur,

In de gezichten van mannen en vrouwen zie ik God en in mijn
eigen gezicht in den spiegel,

Ik vind brieven van God in de straten en elke brief is
geteekend met Gods naam,

En ik laat hen waar zij zijn, want ik weet dat waar ik ook ga, ik anderen zal vinden eeuwiglijk en eeuwiglijk. Wilt gij dan de zaligheid verre zoeken? Gij zult zeker op uwe schreden terugkomen.

In de dingen uws dagelijkschen levens vindt gij het beste,
of zoo goed als het beste,

lievegezichten

 

 

 

 


In de menschen uws dagelijkschen levens vindt gij de edelste,
krachtigste, liefdewaardigste!

Geluk, kennis vindt gij niet elders maar hier,
niet in de toekomst maar nu,

In den man dien gij 't eerst ziet en aanraakt vindt gij altijd
een vriend, een broeder, een naasten buur, in de vrouw
een moeder, zuster, vrouw,

De liefde en de arbeid der volken hebben de eerste plaats
in poëmen en overal,

Gij arbeidsters en arbeiders dezer Staten, gij bezit uw eigen
goddelijk en krachtvol leven,

En alles daarbuiten heeft plaats voor mannen en vrouwen
zooals gij.

Wat mij betreft: ik zal niemand beschenken, tenzij ik volkomen
hetzelfde U schenken kan,

Niet eerder zal ik Gods of iemand glorie zingen dan ik Uw
glorie zing.

Wie gij ook zijt! Gij hebt recht aanspraak te maken op alles!
    

 
Site Meter